NEN 8026 waardegestuurd instandhouden

https://www.nen.nl/nieuws/bouw/publicatie-nen-8026-methode-voor-waardegestuurd-in-stand-houden-van-assets-in-gebouwde-omgeving/

De nieuwe norm NEN 8026 richt zich specifiek op het waardegestuurd in stand houden van fysieke assets in de gebouwde omgeving. De norm biedt een methode op het tactisch niveau binnen het proces van assetmanagement. 

Aanleiding

Na de integratie van NEN 2767 voor Vastgoed en Infrastructuur tot NEN 2767-1 Conditiemeting gebouwde omgeving, ontstond er behoefte om meer eenduidigheid te krijgen bij het opstellen van meerjarenplannen voor het in stand houden van assets. Daarbij was de analyse dat de NEN-ISO-55000-serie een strategische kader biedt voor het inrichten van een assetmanagementsysteem, maar dat een tactisch kader voor het opstellen van instandhoudingseisen, -concepten en -plannen ontbrak. De initiatiefnemers zagen in NTA 8026:2009 een goed vertrekpunt voor de verdergaande uitwerking van het sturen op en realiseren van waarden op het tactisch niveau.

De nieuwe NEN 8026 vervangt NTA 8026:2009 ‘Vastgoedsturing en conditiemeting’ en biedt een normatief kader voor hetgeen informatief is opgenomen in bijlage D & E van NEN 2767-1 Conditiemeting gebouwde omgeving

Methode

Het ontwikkelen en realiseren van assets binnen infrastructuur en vastgoed is een middel om invulling te geven aan de doelstellingen van een organisatie. Deze assets moeten gedurende de levensfase zo in stand worden gehouden dat ze blijvend waarde realiseren voor en een bijdrage leveren aan de doelstellingen van de organisatie. Een assetmanagementorganisatie heeft de verantwoordelijkheid om de strategische assetmanagementdoelstellingen te vertalen naar tactische kaders en het van daaruit opstellen van tactische instandhoudingsplannen.

NEN 8026 biedt een methode die assetmanagers helpt bij het opstellen van instandhoudingseisen, -concepten en -plannen voor bestaande assets in de gebouwde omgeving. Daarbij wordt op tactisch niveau het assetportfolio onderverdeeld in clusters van logisch samenhangende beheerobjecten en assettypen.

Elke organisatie bepaalt zelf welke waardeaspecten van toepassing zijn op het assetportfolio. Men kan deze aanvullen met waardeaspecten die specifiek zijn voor de eigen organisatie. Achter elk relevant waardeaspect wordt de assetmanagementdoelstelling geformuleerd. Aan de waardeaspecten wordt een belang toegekend ten opzichte van elkaar, zodat een waardekompas ontstaat.

Dit waardekompas geeft richting en biedt handvatten voor het bepalen van de instandhoudingseisen. Deze instandhoudingseisen per asset en per locatie kunnen variëren in tijd. Op deze wijze worden, aan de hand van het assetmanagementbeleid van de organisatie, de assetmanagementdoelstellingen vertaald naar besluiten en assetmanagementplannen voor de instandhouding van de assets in de portfolio.

Doelgroep en toepassing

De nieuwe methodiek is bedoeld voor organisaties die, in hun rol van assetmanager, verantwoordelijk zijn voor het in stand houden van bestaande fysieke assets binnen de gebouwde omgeving. En voor de professionals die deze organisaties ondersteunen bij het uitvoeren van hun taken. In de norm wordt ingegaan op de rollen en taken van een assetmanagementorganisatie. Waardegestuurd in stand houden is alleen mogelijk wanneer er een adequaat samenspel is tussen bestuurlijk, strategisch, tactisch en operationeel niveau (zie Figuur 1).

In de norm wordt tevens ingegaan op de data en informatie die hierbij van belang is op bestuurlijk, strategisch, tactisch en operationeel niveau. Ten behoeve van het verkrijgen van dit inzicht zijn er diverse vormen van observatie, verificatie, validatie en evaluaties (assessments) nodig om te weten welke mogelijke risico’s én kansen er aanwezig zijn of zich voor kunnen doen bij het gebruik en/of de toekomst van de assets. Op basis hiervan wordt inzichtelijk of bijsturen nodig is en in welke mate, respectievelijk op welk niveau, aanpassing nodig is van instandhoudingseisen, concepten, plannen of beschikbare budgetten voor instandhouding.