Informatieplicht EML en EED (2019)

https://www.rvo.nl/onderwerpen/energiebesparingsplicht/informatieplicht-energiebesparing

Voor de informatieplicht moet u eens in de 4 jaar rapporteren. Of u moet rapporteren hangt af van de aard van de activiteiten op de locatie en het energiegebruik op de locatie per jaar. Rapporteren doet u aan uw omgevingsdienst. U leest op deze pagina alle informatie die u nodig heeft om aan de slag te gaan.

Beoordeling, toezicht en handhaving

De omgevingsdiensten hebben de taak om de rapportages te beoordelen. Zij doen dit namens het bevoegd gezag. Ook zijn ze verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving op de informatieplicht. De omgevingsdiensten of bevoegde gezagen kunnen rapportages ophalen die u heeft ingediend via Mijn RVO. De omgevingsdienst beoordeelt uw rapportage. Indien uw rapportage onverhoopt niet voldoet, zal de omgevingsdienst u vragen om de rapportage te verbeteren en aan te vullen.

Voor de meeste bedrijven en instellingen is de gemeente het bevoegd gezag voor de energiebesparingsplicht. Zo ook voor de informatieplicht. De provincies zijn verantwoordelijk voor locaties met een milieubelastende activiteit uit afdeling 3.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Dit gaat om de zogenoemde complexe bedrijven. Er zijn nog 2 uitzonderingen:

  • Het bevoegd gezag voor mijnbouwlocaties is het ministerie van Economische Zaken.
  • Het bevoegd gezag voor de meeste defensielocaties is het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Rubriceringscode voor toezicht

In uw rapportage staan rubriceringscodes. Deze codes maakt het systeem automatisch op basis van de door u ingediende gegevens. Met deze codes kunnen de omgevingsdiensten hun toezichthoudende activiteiten prioriteren. Lees de toelichting over de rubriceringscodes.

Wetgeving

  • Informatieplicht energiebesparing activiteiten: artikel 5.15a, Besluit activiteiten leefomgeving
  • Informatieplicht energiebesparing gebouwen: artikel 3.84a, Besluit bouwwerken leefomgeving

Wat is de energiebesparingsplicht?

Laatst gecontroleerd op:

8 juli 2024

Gepubliceerd op:

14

Het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bouwwerken leefomgeving verplicht bedrijven en instellingen om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder uit te voeren. Dit is de energiebesparingsplicht. De energiebesparingsplicht geldt voor locaties van bedrijven en instellingen die per jaar vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas(equivalent) gebruiken.

Op deze pagina:

De energiebesparingsplicht onder de Omgevingswet

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Onder de Omgevingswet is de energiebesparingsplicht opgenomen in artikel 5.15 onder het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en in artikel 3.84 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

Heeft u een energiebesparingsplicht? Dan moet u daar eens in de 4 jaar over rapporteren. Dit doet u op grond van de informatieplicht energiebesparing en/of op grond van de onderzoeksplicht energiebesparing.

Aparte plicht voor activiteiten en gebouw(en)

De energiebesparingsplicht is onder de Omgevingswet opgenomen in 2 besluiten. De energiebesparingsplicht uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) gaat over de milieubelastende activiteiten op een locatie. De energiebesparingsplicht uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) gaat over de gebouwen op een locatie, de zogenoemde gebruiksfuncties. Bijvoorbeeld een winkel- of kantoorfunctie.

Toelichting
Voert uw organisatie de activiteiten uit? Bijvoorbeeld een winkel runnen? Dan is uw organisatie verantwoordelijk voor de energiebesparingsplicht voor de activiteiten in de winkel. De eigenaar van het gebouw is dat voor het gebouw. Dit kan dezelfde organisatie zijn, maar dat hoeft niet. Voor één locatie kunnen 2 organisaties een energiebesparingsplicht hebben.

Milieubelastende activiteit

Een milieubelastende activiteit is een activiteit die slecht voor het milieu kan zijn. Voor een locatie met een milieubelastende activiteit uit hoofdstuk 3 van het Bal bepaalt het Rijk de (milieu)regels. Voor milieubelastende activiteiten die niet in hoofdstuk 3 van het Bal staan, bepaalt uw gemeente mogelijk (milieu)regels. Deze staan dan in het gemeentelijke Omgevingsplan.

Hoofdstuk 3 van het Bal heeft een aantal afdelingen. In afdeling 3.3 tot en met 3.11 zijn milieubelastende activiteiten opgenomen voor specifieke bedrijfstakken (activiteiten). Bijvoorbeeld voor datacenters, tankstations of de voedingsmiddelenindustrie.

In afdeling 3.2 zijn bedrijfstakoverstijgende milieubelastende activiteiten opgenomen. Specifiek voor energiebesparing is in deze afdeling een milieubelastende activiteit opgenomen voor bedrijfstakken die niet onder afdeling 3.3 tot en met 3.11 vallen. Hierdoor wordt de landelijke energiebesparingsplicht ook van toepassing op bedrijfstakken waarvoor normaal gesproken de gemeente de (milieu)regels bepaalt. Deze nieuwe milieubelastende activiteit heeft betrekking op de activiteiten in en om een gebouw op een locatie. Als er geen gebouw is, geldt de energiebesparingsplicht dus niet.

Een uitleg van de begrenzing van de locatie van deze nieuwe milieubelastende activiteit vindt u op de website van het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO). Worden er in één gebouw, of op de daarbij horende locatie, meerdere van deze activiteiten uitgevoerd? Kijk dan naar het energiegebruik per activiteit om te bepalen of de energiebesparingsplicht geldt voor de activiteitgebonden maatregelen. Voor de energiebesparingsplicht over de gebouwmaatregelen telt al het energiegebruik in het gebouw mee.

Wie heeft er een energiebesparingsplicht?

De energiebesparingsplicht uit Bal en Bbl geldt voor locaties met een relevante milieubelastende activiteit én met een jaarlijks energiegebruik vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas(equivalent). 

Een aardgasequivalent is de hoeveelheid kubieke meter (Nm3) aardgas die bij verbranding evenveel warmte oplevert als een gegeven hoeveelheid van een andere energiedrager. 1 GJ ingenomen (stads)warmte komt bijvoorbeeld overeen met 31,6 m3 aardgasequivalent.

De omrekenwaarden voor andere energiedragers vindt u in de tabel hieronder. Voor het bepalen van het energiegebruik voor de ondergrens moet naar het gezamenlijke energiegebruik van de activiteiten én de gebouw(en) op een locatie gekeken worden. Dit geldt voor de energiebesparingsplicht uit het Bal én voor de energiebesparingsplicht uit het Bbl.

Maakt u gebruik van een warmte-koudeopslaginstallatie (WKO) of van een gemeenschappelijk koudenet voor uw koudevraag? Of van een WKK-installatie of van een ketel om warmte en/of elektriciteit op te wekken? Bekijk dan ook de veelgestelde vragen over de informatieplicht energiebesparing.

Heeft u een omgevingsvergunning milieu? Dan gaat de energiebesparingsplicht ook voor u gelden. Er kan dan sprake zijn van overgangsrecht voor voorschriften over energiebesparing die in uw vergunning staan. Meer informatie hierover vindt u op de website van Informatiepunt Leefomgeving (IPLO).

Erkend monument

Is uw gebouw een erkend monument? Dan geldt de energiebesparingsplicht ook. Bij een monument kunnen echter niet zomaar alle energiebesparende maatregelen uitgevoerd worden. Lees meer hierover op de website van IPLO. Informatie van ons over het verduurzamen van monumenten vindt u op de pagina Monumenten en musea. Op de Erkende maatregelenlijst (EML) is hierover ook een specifieke technische randvoorwaarde opgenomen.

Nu ook maatregelen die CO2 reduceren

De energiebesparingsplicht gaat sinds 1 juli 2023 ook over maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder die geen energie besparen, maar wel CO2-uitstoot verminderen. Denk hierbij aan het opwekken van hernieuwbare energie en het overstappen naar een energiedrager met een lagere CO2-uitstoot.

Uitzonderingssituaties

De energiebesparingsplicht geldt voor bijna alle locaties met het hiervoor genoemde jaarlijks energiegebruik. De energiebesparingsplicht geldt echter niet voor:

  • gebouwen en activiteiten die alléén gebruikmaken van op de locatie opgewekte hernieuwbare energie. Dit geldt ook als er wel een aansluiting is op het net om niet gebruikte hernieuwbare energie door te leveren. Dit geldt niet als voor een andere energiedrager wel gebruikgemaakt wordt van een netaansluiting.
  • de gebruiksfuncties Woonfunctie en Bouwwerk geen gebouw zijnde;
  • een gebouw met een logiesfunctie dat minder dan 4 maanden per jaar wordt gebruikt en een verwacht energiegebruik heeft van minder dan 25% van het energiegebruik bij permanent gebruik;
  • een alleenstaand gebouw met een gebruiksoppervlakte van minder dan 50 m2;
  • een gebouw, dat door de overheid onteigend is en voor het doel van die onteigening zal worden gesloopt.

Heeft u een dergelijk gebouw? Het ligt niet voor de hand om over deze gebouwmaatregelen nog een informatieplichtrapportage in te dienen. Uw omgevingsdienst gaat hier echter over. U moet dat met deze organisatie afstemmen.

Heeft u een gebouw dat maximaal 2 jaar wordt gebruikt? Dan geldt er sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet ook geen energiebesparingsplicht voor uw gebouw. U moet wel een informatieplichtrapportage indienen. Dit vanwege het gebruikte overgangsrecht voor de informatieplicht. In uw rapportage kunt u toelichten waarom u de energiebesparende maatregelen niet meer gaat uitvoeren.

Op de pagina Veelgestelde vragen energiebesparingsplicht vindt u meer informatie over gebouwen met een (gedeeltelijke) woonfunctie zoals appartementencomplexen, zorgwoningen en vakantieparken.  

Qua maatregelen geldt een uitzondering voor de verbranding van (houtige) biomassa voor de productie van:

  • elektriciteit, en
  • laagwaardige warmte met een temperatuur tot ten hoogste 100 graden Celsius.

Dit met als doel om biogrondstoffen zo hoogwaardig mogelijk te gebruiken en laagwaardige toepassingen, zoals voor lage temperatuurwarmte, af te bouwen. Deze uitzondering is geen verbod op laagwaardige toepassingen, maar hiermee wordt voorkomen dat bedrijven en instellingen verplicht worden om deze toepassingen uit te voeren.

Wat houdt de EML-systematiek in?

De energiebesparingsplicht houdt in dat u alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder uitvoert. U kunt aan deze plicht voldoen door alle, voor u toepasselijke, erkende maatregelen uit te voeren.

Op de EML staan maatregelen die wettelijk zijn vastgelegd en die voor de meeste locaties een terugverdientijd van 5 jaar of minder hebben. Op deze lijst staan waarschijnlijk niet alle energiebesparende maatregelen die u in uw specifieke situatie met deze terugverdientijd kunt uitvoeren. De overheid vindt de EML voldoende om te voldoen aan de energiebesparingsplicht. Dit is de EML-systematiek.

Voor elke toepasselijke erkende maatregel die u niet uitvoert, moet u een gelijkwaardige of betere alternatieve maatregel uitvoeren. Met de alternatieve maatregel moet u net zo veel of meer energie besparen als de erkende maatregel. Heeft u toch niet alle toepasselijke erkende maatregelen of een minimaal gelijkwaardig alternatief hiervoor uitgevoerd? En gaat u dit ook niet doen? Dan moet u alsnog alle energiebesparende maatregelen, die voor uw specifieke situatie een terugverdientijd hebben van 5 jaar of minder, uitvoeren.

De EML en de informatie- en onderzoeksplicht

Heeft u een energiebesparingsplicht? Dan moet u ook eenmaal in de vier jaar rapporteren welke energiebesparende maatregelen u heeft genomen. Dit is een verplichting op grond van de informatieplicht of de onderzoeksplicht energiebesparing. De eerstvolgende deadline voor het indienen van een rapportage is 1 december 2023.

Geldt de informatieplicht voor u? Dan kunt u met behulp van de EML rapporteren. Heeft u een onderzoeksplicht? Dan moet u zelf een onderzoek uitvoeren naar de mogelijke energiebesparende maatregelen voor uw situatie. U kunt de EML-systematiek dan niet gebruiken om aan de energiebesparingsplicht te voldoen. En dus ook niet voor uw onderzoeksrapportage.

De maatregelen op de EML kunnen wel een inspiratiebron zijn voor het energiebesparingsonderzoek. Op deze pagina Wat is de energiebesparingsplicht? vindt u een tabel waarin duidelijk wordt welke plichten gelden bij welke situaties. Daarbij geven we ook aan of de EML-systematiek van toepassing is en met welke EML (Gebouwen, Faciliteiten, Processen) u aan de plicht kunt voldoen. Vul het stappenplan in om te bepalen welke situatie voor u geldt.

Opbouw van de EML

De EML bestaat uit 3 onderdelen (lijsten): voor Gebouwen, Faciliteiten en Processen. Elk van die lijsten is onderverdeeld in een aantal categorieën. Per categorie zijn één of meer erkende maatregelen opgenomen. U bepaalt zelf op basis van de situatie op uw locatie welke categorieën voor Faciliteiten en Processen voor u relevant zijn. De categorieën voor Gebouwen zijn altijd relevant.

Als een categorie relevant is, moet u voor elke erkende maatregel onder die categorie bepalen of deze voor u van toepassing is. Zo ja? Dan moet u deze maatregel uitvoeren. Bij uw informatieplichtrapportage in eLoket worden deze erkende maatregelen getoond nadat u de relevante categorieën hebt geselecteerd.

Bekijk hieronder per categorie de erkende maatregelen met een korte toelichting.

EED-auditplicht

De EED-auditplicht is een verplichting vanuit de Europese Energie-Efficiency Richtlijn (EED). Heeft u een EED-auditplicht? Dan moet u hierover eens in de 4 jaar rapporteren aan ons. Sinds 3 juli 2023 kunt u rapporteren.

Op deze pagina:

Wat is de EED-auditplicht?

De EED energie-audit is een verplichting die voortkomt uit de Europese Energie-Efficiency Richtlijn (EED). Het doel ervan is om bedrijven en instellingen bewust te maken van hun energiegebruik én van de mogelijkheden om energie te besparen en te verduurzamen. De EED-auditplicht geeft een gedetailleerd overzicht van alle energiestromen binnen de onderneming. Ook geeft de audit inzicht in de mogelijke besparingsmaatregelen en de te verwachten effecten daarvan. Het gaat hier onder andere om het energiegebruik van gebouwen, installaties, industriële processen en het zakelijk vervoer.

Is mijn onderneming auditplichtig?

U bent verplicht om de EED-auditplicht uit te voeren als u een grote onderneming heeft, die geen kmo-status heeft volgens de Europese uitgangspunten. Hiervan is sprake als uw onderneming (of instelling met een economische activiteit) een van deze 2 punten heeft:

  • 250 fte of meer inclusief deelnemingen van of in partnerondernemingen en verbonden ondernemingen.
  • een jaaromzet van meer dan € 50 miljoen én een jaarlijkse balanstotaal van meer dan € 43 miljoen, inclusief deelnemingen van of in partnerondernemingen en verbonden ondernemingen.

Concernrelaties

Lees de toelichting over het belang van onderlinge relaties van de ondernemingen op Concernrelaties.

Voorbereiden op de EED-auditplicht

Vanaf 3 juli 2023 dient u uw EED energie-auditrapport online bij ons in. Bereid u hierop voor door nu al aan de slag te gaan. Neem de volgende stappen:

  1. Controleer aan welke verplichtingen uw onderneming moet voldoen. U doet dit via Stappenplan rapportageplichten energiebesparing.
  2. Download de benodigde sjablonen (zie Sjablonen voor uw rapport) en bekijk welke elementen terug moeten komen in het rapport.
  3. Voer de energie-audit uit en maak uw rapport op.
  4. Voeg de verschillende vestigingsrapporten en het concernrapport samen tot één ondernemingsrapport.
  5. U dient het rapport in via eLoket. Hiervoor heeft u een eHerkenningsmiddel niveau 2+ of hoger nodig met machtiging voor RVO-diensten niveau 2+.
    Let op: heeft u wel eHerkenning maar niet het juiste niveau of de juiste machtiging? Neem dan op tijd contact op met de leverancier van uw eHerkenningsmiddel of met de machtigingenbeheerder in uw organisatie. Heeft uw organisatie een beheermodule? Dan is aanpassing van de machtiging direct mogelijk.

Heeft u meer panden en/of vestigingen?

Heeft u als vastgoedbeheerder meer dan 100 panden in eigendom of in beheer? Of bent u een ondernemer met tientallen of meer vergelijkbare vestigingen? Kies dan voor een steekproefaanpak:

Intermediair machtigen

U kunt ook een intermediair machtigen die voor u het EED energie-auditrapport indient. Gebruik hiervoor onderstaand machtigingsformulier. Dan hoeft u zelf geen eHerkenning aan te vragen. Wel blijft u verantwoordelijk voor de inhoud van wat is ingediend. Het bewijs van uw machtiging aan de intermediair hoeft u niet op te sturen. Per onderneming kan maar één persoon rapporteren.

Machtigingsformulier intermediair

Wat staat er in het rapport?

Met de sjablonen voor het EED energie-auditrapport doet u efficiënt verslag van de EED energie-audit. De sjablonen zijn niet verplicht, maar we raden u aan deze wel te gebruiken. De sjablonen bevatten namelijk alle noodzakelijke elementen van het EED energie-auditrapport. Door de ingevulde sjablonen samen te voegen ontstaat het EED energie-auditrapport van uw gehele onderneming. 

Het totale energie-auditrapport bestaat daarmee uit:

  • het concerngedeelte (sjabloon concernverslag) én 
  • daaronder per vestiging de vestigingsrapportages (sjabloon Onderzoeksplicht + EED auditplicht en/of sjabloon vestigingsrapportage). 

Maakt u toch geen gebruik van de sjablonen? Zorg dan dat uw rapport alle vereiste informatie bevat. De criteria staan in het Besluit energie-audit. Hieronder leest u meer over de inhoudelijke eisen aan een energie-auditrapport.