Bedrijf (algemeen)
Bedrijvigheid is belangrijk voor de werkgelegenheid, economie en welvaart. Maar bedrijven kunnen ook een negatief effect hebben op de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet bevat regels en instrumenten om dit te voorkomen, of om dit zoveel mogelijk te beperken.
https://iplo.nl/thema/toepassing-regels-praktijk/bedrijf-algemeen/
Bouwregels bedrijf
Uit de bouw- en gebruiksregels van het omgevingsplan blijkt of een bedrijf op een bepaalde locatie is toegelaten. De technische bouwregels voor een bedrijf staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup). In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup) of in een omgevingsvergunning milieubelastende activiteiten kunnen voor een bedrijf aanvullende bouwregels staan ter bescherming van het milieu.
Inhoud
- Ruimtelijke bouwregels omgevingsplan
- Ruimtelijke bouwregels omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit
- Ruimtelijke bouwregels vergunningvrij, geen omgevingsplanactiviteit
- Bouwregels technische bouwactiviteit Bbl
- Bouwregels milieubelastende activiteit Bal
- Bouwregels vanwege bijzondere omstandigheden of locaties
Ruimtelijke bouwregels omgevingsplan
De ruimtelijke bouwregels én de gebruiksregels tezamen regelen de ruimtelijke inpassing van een bedrijf op een locatie. De ruimtelijke bouwregels regelen onder andere bouwhoogte, oppervlakte, de indeling en het soort bedrijf. Deze staan in het tijdelijke én in het nieuwe deel van het omgevingsplan.
Tijdelijk deel omgevingsplan
Het tijdelijk deel omgevingsplan Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup) bestaat uit de ruimtelijke regels (o.a. bestemmingsplannen en beheersverordeningen) en de bruidsschat omgevingsplan Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup). In beide delen staan ruimtelijk bouwregels.
Let op: de gemeente kan de ruimtelijke regels en de regels van de bruidsschat omgevingsplan wijzigen. De actuele regels van het omgevingsplan raadpleegt u in het onderdeel Regels op de kaart (verwijst naar een andere website) van het Omgevingsloket.
Ruimtelijke regels
Is een bedrijf voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op een locatie toegelaten? Dan staan de ruimtelijke bouwregels eerst in de ruimtelijke regels van het tijdelijke deel van het omgevingsplan.
Bruidsschat: van rechtswege toegelaten bouwactiviteiten
In de bruidsschat omgevingsplan staat een aantal (bouw)activiteiten die van rechtswege in overeenstemming zijn met het omgevingsplan (paragraaf 22.2.7.3). Bouwplannen die vallen binnen deze bouwactiviteiten, mogen dus worden uitgevoerd, ook al zijn ze in strijd met de ruimtelijke regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het gaat om het onder voorwaarden plaatsen van een schutting, een garage of een uitbreiding van het bedrijfsgebouw.
Voldoet een bouwplan aan de voorwaarden van paragraaf 22.2.7.3? Dan is er ook geen vergunningplicht voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken.
Meer informatie vindt u op de webpagina Activiteiten van rechtswege in overeenstemming met het omgevingsplan.
Bruidsschat: omgevingsplanactiviteit bouwwerken
In artikel 22.26 van de bruidsschat van het tijdelijke deel omgevingsplan staat een vergunningplicht om vooraf het concrete bouwplan te toetsen aan de regels in het omgevingsplan. Hieronder valt het (ver)bouwen van een bedrijf.
Er zijn 2 uitzonderingen op deze vergunningplicht:
- de verbouwactiviteiten die in het Bbl zijn aangewezen als vergunningvrij voor de omgevingsplanactiviteit.
- de (ver)bouwactiviteiten die zijn opgenomen in artikel 22.27 bruidsschat omgevingsplan. Deze bouwactiviteiten moeten wel passen binnen de ruimtelijke bouwregels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan.
In sommige gevallen is ook een welstandstoets onderdeel van de beoordeling.
Nieuwe deel omgevingsplan
Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet kunnen er ook ruimtelijke bouwregels staan in het nieuwe deel van het omgevingsplan Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup). Het omzetten van regels van het tijdelijke deel naar het nieuwe deel van het omgevingsplan moet eind 2031 klaar zijn. De ruimtelijke bouwregels voor een bedrijf in het nieuwe deel van het omgevingsplan moeten voldoen aan het evenwichtig toedelen van functies aan locaties. Aspecten daarbij zijn onder andere bereikbaarheid, veiligheid en het milieu.
Meer informatie hierover vindt u op de webpagina Toelaten bedrijf op een locatie.
Gebruiksregels omgevingsplan en bouwkundige aanpassingen
In het omgevingsplan kunnen gebruiksregels staan die tot bouwkundige aanpassingen van het bedrijfsgebouw kunnen leiden. Een voorbeeld is de eis voor geluid van een binnenwaarde van 35 dB(A) voor in- of aanpandige woningen. Aan deze eis kan worden voldaan door de geluidsterkte aan te passen. Maar er kan ook gekozen worden voor bouwkundige oplossingen (geluidsisolatie).
Ruimtelijke bouwregels omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit
De ruimtelijke bouwregels kunnen ook in een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit staan. Dit is het geval als een initiatief niet binnen de regels van het omgevingsplan past. Later worden deze regels onderdeel van het omgevingsplan.
De ruimtelijke bouwregels bestaan dan uit de aanvraag samen met eventuele vergunningvoorschriften. Een dergelijke omgevingsvergunning moet – net als het nieuwe deel van het omgevingsplan – voldoen aan het evenwichtig toedelen van functies aan locaties.
Meer informatie hierover vindt u op de webpagina Toelaten bedrijf op een locatie.
Ruimtelijke bouwregels vergunningvrij, geen omgevingsplanactiviteit
In artikel 2.29 Bbl staat een aantal door het Rijk aangewezen (ver)bouwactiviteiten aan een bedrijf, die altijd zonder omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit uitgevoerd mogen worden. De ruimtelijke bouwregels in het omgevingsplan zijn niet van toepassing op deze vergunningvrije (ver)bouwactiviteiten. Naast normaal onderhoud gaat het onder andere over het onder voorwaarden plaatsen van bijvoorbeeld een dakkapel, het plaatsen van een rolluik of het plaatsen van zonnepanelen op het dak.
Bouwregels technische bouwactiviteit Bbl
In het Bbl staan de bouwregels voor de technische bouwactiviteit Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup). Deze bouwregels zijn gericht op veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid.
Bouwregels en gebruiksfunctie
De regels voor bouwwerken in het Bbl zijn afgestemd op het gebruik van deze bouwwerken.
Bij een bedrijfsgebouw kan sprake zijn van verschillende soorten gebruiksfuncties Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup), zoals de industriefunctie, de kantoorfunctie of de bijeenkomstfunctie. Voor op zichzelf staande installaties geldt de gebruiksfunctie ‘bouwwerk geen gebouw zijnde’.
Omgevingsvergunning voor de technische bouwactiviteit
Het soort bouwwerken dat bij een bedrijf noodzakelijk kan zijn, is zeer divers. Het artikel 2.25, Bbl (bouwwerken met een dak) en het artikel 2.26, Bbl (bouwwerken zonder een dak) regelen welke bouwactiviteiten vergunningplichtig zijn. Het gaat daarbij bijvoorbeeld over bouwwerken die hoger zijn dan 5 m of die een hoofdgebouw worden. Wordt een bouwactiviteit die betrekking heeft op een bouwwerk niet in deze artikelen aangewezen, zoals een opslagloods van 4 m, dan is deze niet vergunningplichtig.
Het bevoegd gezag beoordeelt aan de hand van de aanvraag of het bedrijfsgebouw voldoet aan de technische regels van het Bbl.
Lees meer op Omgevingsvergunning bij de technische bouwactiviteit.
Melding technische bouwactiviteit
In artikel 2.27, lid 1, onder a, Bbl worden bepaalde bouwactiviteiten uitgezonderd van de aanwijzing van de vergunningplicht voor de technische bouwactiviteit in de artikelen 2.25 en 2.26, Bbl. Dit is het geval voor bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1. Hiervoor geldt een bouwmelding.
Bouwwerken die onder gevolgklasse 1 vallen staan in artikel 2.17, Bbl. Voor bedrijfspanden gaat het om:
- bouwwerken met een industriefunctie van maximaal 2 bouwlagen, inclusief nevenfuncties zoals een kantoor of een kantine. Hiervan zijn uitgesloten bouwwerken waarbij voor het gebruik een omgevingsvergunning ‘milieubelastende activiteit’ nodig is of waarbij voor het gebruik een vergunning of melding ‘brandveilig gebruik’ nodig is.
- bouwwerken voor nevenfuncties van maximaal 2 bouwlagen. De nevengebruiksfunctie zelfstandig gezien, is daarbij een gebruiksfunctie die valt onder gevolgklasse 1. Denk aan uitbreidingen van een magazijn of opslag bij een winkel. Of een kantoor bij een bedrijfspand met niet meer dan 2 bouwlagen.
Lees meer op Melding bij de technische bouwactiviteit.
Technische bouwactiviteit zonder vergunning of melding
Bouwactiviteiten met betrekking tot bouwwerken van een bedrijf kunnen op 2 manieren uitgevoerd worden zonder vergunning of melding:
- Als deze niet zijn aangewezen als vergunningplichtig in de artikelen 2.25 en 2.26, Bbl.
- Als deze zijn uitgezonderd van de aanwijzing als vergunningplichtig (artikel 2.27, lid 2, Bbl)). Dat is onder andere het geval als:
- een bestaand bedrijfsgebouw gedeeltelijk vernieuwd of veranderd wordt waarbij:
- de draagconstructie niet wijzigt
- de indeling in brandcompartimenten, subbrandcompartimenten of beschermde subbrandcompartimenten niet wijzigt
- een bouwactiviteit specifiek uitgezonderd wordt van de aanwijzing van de vergunningplicht (artikel 2.27, lid 2, Bbl). Voorbeelden hiervan zijn het plaatsen van een lichtstraat in een dak of het plaatsen van een vlaggenmast van maximaal 6 m hoog.
Meer informatie vindt u op de webpagina Vergunningvrije technische bouwactiviteiten.
Bouwregels milieubelastende activiteit Bal
Hoofdstuk 3 van het Bal wijst een aantal milieubelastende activiteiten aan. Om het milieu en de leefomgeving te beschermen, kan de overheid bij deze activiteiten ook bouwregels voorschrijven. Deze regels gaan over onder andere externe veiligheid, bodem en water.
Voorbeelden van bouwregels ter bescherming van het milieu of de leefomgeving zijn: een vloeistofdichte vloer, afstand houden van de perceelgrens of de positie van een emissiepunt. Deze bouwregels staan in de hoofdstukken 4 en 5 van het Bal of in een omgevingsvergunning milieubelastende activiteit.
Bouwregels vanwege bijzondere omstandigheden of locaties
Bedrijven vestigen zich soms op bijzondere locaties. Bijvoorbeeld in of in de buurt van een natuurgebied of in een monument. Daarvoor kan dan een specifieke vergunning nodig zijn. Zoals een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit, flora- en fauna-activiteit of rijksmonumentenactiviteit. Daarin kunnen specifieke bouwregels staan.
Toelaten bedrijf op een locatie
Via het omgevingsplan of een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit worden bedrijven op een locatie toegelaten. Bij deze ruimtelijke inpassing spelen verschillende omgevingsthema’s een rol, zoals geluid en externe veiligheid. Er gelden bij het toelaten van bedrijven verschillende instructieregels.
Belangrijkste kenmerken bedrijven
Bedrijven zijn belangrijk voor de werkgelegenheid en economie, maar kunnen ook hinder geven voor de omgeving. Bijvoorbeeld door geluid van werkzaamheden, installaties of verkeer. Ook kan er sprake zijn van geurhinder of opslag van gevaarlijke stoffen.
Bedrijven kunnen heel verschillend zijn. Er zijn kleinschalige bedrijven die weinig effect hebben op de omgeving. Maar ook grootschalige bedrijven met productie of bewerking van producten ter plaatse. Deze kunnen veel geluid- of geurhinder geven op de omgeving. Daarom passen sommige bedrijven in een woonomgeving. En andere juist op een bedrijventerrein.
Voor bepaalde bedrijven is de ligging bij de snelweg of een haven erg belangrijk. Bijvoorbeeld bedrijven met veel verkeer, zoals transportbedrijven of overslagbedrijven.
Beleid bedrijven
Een bedrijf is een activiteit die meestal op lokaal of regionaal niveau speelt. Maar soms ook op landelijk niveau, bijvoorbeeld als het gaat om de energievoorziening.
De omgevingsvisie van gemeente of provincie geeft aan wat de ambities en uitgangspunten zijn bij nieuwe bedrijven. Of bij uitbreiding van bedrijven.
In de omgevingsvisie vindt een afweging plaats welke locatie(s) geschikt zijn voor bedrijven. Aspecten die hierbij een rol spelen zijn onder andere: ruimtelijke inpassing, hinder in de omgeving, behoefte, bereikbaarheid en beschikbaarheid grond.
Bedrijven en zonering
Bedrijven kunnen hinder opleveren voor gevoelige functies, zoals woningen. Daarom is het belangrijk voldoende afstand aan te houden. Wat voldoende afstand is, is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid. Meestal is geluid de belangrijkste factor. Soms is juist de geurhinder, stofhinder of veiligheid (door opslag van gevaarlijke stoffen) bepalend voor de afstand tot gevoelige functies.
Gemeenten kunnen deels zelf bepalen wat aanvaardbare afstanden of aanvaardbare geluid- of geurhinderniveaus zijn. Daarbij moeten zij wel rekening houden met de landelijk geldende regels.
Instrumenten toelaten bedrijven
Het toelaten van bedrijven gaat bijna altijd via het omgevingsplan of een buitenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit. Voor het omgevingsplan is de gemeente aan zet. Bij de omgevingsvergunning is de aanvraag van de initiatiefnemer leidend. De motivering en afwegingen zijn in beide gevallen vergelijkbaar. Wel is een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit concreter, omdat het gaat om een concreet plan. Maatregelen zijn soms al onderdeel van de aanvraag. Of kunnen als voorwaarde bij de vergunning gelden.
Instructieregels
In het Besluit kwaliteit leefomgeving Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup) (Bkl) staan instructieregels van het Rijk die gemeenten in acht moeten nemen bij het toelaten van bedrijven in het omgevingsplan. Het gaat bijvoorbeeld om instructieregels gericht op externe veiligheid. Of op gezondheid en milieu, zoals geluid.
Een overzicht van de instructieregels vindt u op de pagina Instructieregels Rijk over evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Milieueffectrapportage (mer)
Bij het toelaten van een bedrijf (zonder andere activiteiten) op een locatie in een omgevingsplan geldt soms een mer-plicht als de activiteiten van het bedrijf aangewezen zijn als project waarvoor een mer(-beoordelings)plicht geldt. Dat is het geval als:
- de activiteiten van het bedrijf in kolom 1 van bijlage V van het Omgevingsbesluit staan. (zoals metaalverwerkende industrie en de voedingsmiddelenindustrie) én
- voor deze activiteiten van het bedrijf een omgevingsvergunning nodig is. Deze omgevingsvergunning is dan genoemd in kolom 4 van bijlage V van het Omgevingsbesluit. Meestal gaat het om een omgevingsvergunning milieubelastende activiteiten.
Natura 2000-gebieden
Ook moet de gemeente bij het omgevingsplan een plan-milieueffectrapport maken als er een passende beoordeling in het kader van natuurbescherming nodig is. Dit is het geval als niet uitgesloten is dat de activiteit een negatief effect heeft op een Natura 2000-gebied.
Meer informatie hierover vindt u op de pagina Milieueffectrapportage.
Omgevingsplan
Bij het toelaten van bedrijven in het omgevingsplan is het van belang dat er geen onaanvaardbare hinder ontstaat voor de omgeving. Bijvoorbeeld door geluid, externe veiligheid of geur.
In het omgevingsplan kunnen toelatingsregels opgenomen worden voor nieuwe bedrijven. Deze bouw- en gebruiksregels richten zich op het evenwichtig toedelen van functies aan locaties.
Zo kan bijvoorbeeld geregeld worden dat geluid of geurhinder niet is toegestaan buiten de perceelgrens. Of een maximale immissiewaarde opgenomen worden voor gevoelige objecten in de omgeving. Ook kan er een zonering worden opgenomen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft hier een voorzet voor gedaan in haar handreiking Milieuzonering nieuwe stijl (verwijst naar een andere website).
Omgevingsthema’s toelaten bedrijven
Het is zeer afhankelijk van het soort bedrijf en de locatie welke omgevingsthema’s bij het toelaten relevant zijn. U vindt meer informatie over het toelaten van een bedrijf en omgevingsthema’s op de pagina’s:
- Toelaten bedrijf en geluid
- Toelaten bedrijf en geur
- Toelaten bedrijf en externe veiligheid
- Toelaten bedrijf en trillingen
- Toelaten bedrijf en luchtkwaliteit
- Toelaten bedrijf en natuur
- Toelaten bedrijf en mobiliteit
Afhankelijk van de locatie kunnen ook andere omgevingsthema’s belangrijk zijn. Meer informatie over andere thema’s vindt u op de overzichtspagina Thema’s.